Indekerk Blog

God en de pandemie

Gepost door:

God en de pandemie

door Raymond R. Hausoul – In dit boek past Tom Wright de actuele corona-pandemie toe voor een theologische reflectie over God en het lijden. Zijn hoofdargument is dat we ons moeten verzetten tegen de voorspelbare reacties die gemakkelijk in de maatschappij bovenkomen. Dat zijn reacties als: ‘De goden zijn toornig en straffen ons’, ‘De goden willen dat we ons bekeren en hen aanbidden’, ‘Het virus is de schuld van dit land (bijv. China), deze organisatie (bijv. WHO) of dat individu (bijv. Bill Gates)’, ‘Het virus kondigt de eindtijd aan’, enzovoorts. In zijn boek pleit Tom Wright juist om even te stoppen antwoorden te zoeken op het waarom van de pandemie. De mens moet eerst gaan zuchten over het leed. Pas dan is er ruimte voor bezinning.

Ter onderbouwing verwijst Tom Wright naar het bijbelse getuigenis. Hij noemt de profetessen en profeten die over het onheil nadachten in de poëtische boeken van het Oude Testament. In Psalmen, Job en Klaagliederen geven zij bij levensrampen ruimte aan het wenen en klagen.
Vanuit het Nieuwe Testament stelt de auteur het getuigenis van Jezus Christus centraal. Jezus roept zijn leerlingen op om bij rampen niet in paniek te raken (Mt24:6). Wat er gebeurt is niet meteen een teken van de eindtijd. Tom Wright pleit om juist geen nieuwe tekenen voor het koninkrijk van God te zoeken (p. 34, 78). Het koninkrijk is vanaf de dood en opstanding van Christus al aanwezig. We hoeven er niet naar uit te zien. Christus regeert nu door zijn Geest in de gelovigen.

Een sleutel voor deze benadering van het koninkrijk van God en de wereldgebeurtenissen ziet Tom Wright in de parabel van de landheer en de landpachters. Jezus vertelt deze parabel in Mattheüs 21. Nadat de landpachters de zoon van de koning om het leven hebben gebracht, is er geen teken meer voor hen te verwachten (Mt21:33-44). Er blijft enkel nog een zuchten in de moeilijkheden over, zoals Gods Geest dat al doet (p. 66, 78). De beschrijving van dat zuchten in Romeinen 8 geeft Tom Wright een speciale plaats in hoofdstuk 4 van zijn boek. De schepping zucht in de moeilijkheden die over haar komen. Zij erkent dat ook God door het leed en onheil op aarde bedroefd is. Dat is God zonder rekenschap te moeten geven van het hoe en waarom van elke ramp (vgl. Gn6).

Tegelijk wil Tom Wright dat mensen zich actief tegen het onrecht en onheil op aarde verzetten. Zijn boek is geen oproep voor een passieve berusting in het zuchten. Zijn actieve reactie wil hij echter niet op het doemdenken van de aan het begin genoemde voorspelbare reacties baseren. De actieve reactie is verbonden met het voorbeeld van Jezus. Dat leidt ertoe dat de kerk niet tot een doemprediking is geroepen, zoals de volgelingen van de goden dat zijn. Juist de afgoden verlangen ernaar om alle onheil en rampen aan God toe te schrijven. Die bewering staat echter haaks op het getuigenis van de ware God die begaan is met zijn schepping en dat het meest krachtig laat zien in het leven van Jezus Christus. Dat is het getuigenis van hoop en niet van doemdenken en onheil. De kerk is zo geroepen om hoop in de schepping te brengen en te erkennen dat er een zuchten van de schepping is. Zij blijft nuchter en werkt plannen uit om anderen in de moeilijkheden te helpen (vgl. Hd11:28-30).

Aan het slot wijst Tom Wright op het maatschappelijke belang van het kerkgebouw. Waar het kerkgebouw gesloten is en christenen in huiskringen of virtueel bijeenkomen, ontstaat snel de indruk dat geloof in Jezus een privé-hobby is. Het kerkgebouw als zichtbaar getuigenis moet dit bestrijden en de maatschappelijke relevantie van de kerk aantonen. Het moet zichtbaar maken dat de kerk niet in de categorie van culturele ontspanning valt. Juist dan moeten christenen in de maatschappij present zijn en Jezus Christus als voorbeeld nemen in hun spreken en handelen.

De theologische reflectie van Tom Wright op de omgang met de corona-pandemie voelt goed aan. Het beschermt tegen complottheorieën en fake gospelnews. Soms kan bij het lezen wel de vraag opkomen hoe de kerk zich kan beschermen tegen het gevaar van een ongevoeligheid voor Gods ingrijpen in de geschiedenis. Dat God dat doet, ontdekken we namelijk eveneens in het getuigenis van de Bijbel en het leven van Jezus. Het duiden van de geschiedenis blijft daardoor aanlokkelijk voor de profeten. Dit blijkt uit de profetische Bijbelboeken. Voor deze duiding van de tijden door profetessen en profeten heeft Tom Wright echter weinig aandacht. Ook de vraag hoe we om moeten gaan met de oproep van Jezus om de tekenen te duiden, blijft onvermeld (Lc21:29-31). Vermoedelijk is dat voor de auteur overbodig, omdat hij de vervulling van al die tekenen in de eerste eeuw plaatst. Er zijn dan geen tekenen meer om naar uit te zien, zoals gebeurtenissen in het Midden-Oosten, in de kerk of bij de wederkomst van Christus. Het toekomstperspectief bepaalt dan sterk de accenten van het boek. Dit gegeven mocht sterker worden uitgewerkt. Mogelijk zorgde de actualiteit van het onderwerp ervoor dat het boek snel moest verschijnen en deze verdieping ontbrak. Het boek krijgt daardoor de vorm van een korte overdenking.

Tom Wright, God en de pandemie: Een theologische reflectie op het coronavirus en wat volgt (KokBoekencentrum, 2020, 107 blz.)

%d bloggers liken dit: